Rimpelige handen.


Ze stak haar hand uit en ik hielp haar uit bed.
Het water van de douche was altijd goed; nooit te warm, nooit te koud.
Elke keer als ik haar hielp vroeg ze; 'hoe is het met je jochies?'
Op de een of andere manier was ze in de veronderstelling dat ik een paar zoontjes bezat.
Daar zat ze weer, netjes opgefrist in haar makkelijke stoel, haar rimpelige handen in haar schoot.
Ze vroeg me het stukje van deze dag voor te lezen uit haar Bijbels dagboek.
Ik las van in zonden geboren maar ook van de grote liefde van Christus.
Na het lezen verzuchtte ze altijd; 'mooi he!?...'
Ik keek naar haar gevouwen handen in haar schoot. De handen die altijd hard gewerkt hadden in de pastorie van een bekende Rotterdamse dominee.
Het enige wat de handen nu nog doen is vooral breien; meters breien voor het goede doel.



Vanavond stuurde een collega een berichtje; morgen verhuisd mevrouw naar het verpleeghuis.
Dat ze op de wachtlijst voor het verpleeghuis stond wist ik, maar dat ik geen afscheid meer van haar kon nemen, daar had ik niet op gerekend.
Het huis waar ik werk gaat sluiten, het plan is om een verpleeghuis te worden ergens anders in de stad.
Maar een zeker plan ligt nog niet klaar en velen verhuizen nu naar andere huizen.
Het voelt vreemd; we helpen deze mensen in het laatste stukje van hun leven en zorgen dat ze een waardige oude dag hebben.
En als het einde er dan is dan weet je dat je het beste hebt gegeven.
We vormen als collega's in de hal een 'erehaag' als de kist het huis verlaat.
We praten dan nog eens, heel soms valt er ook een traan, en dan is het goed.
Nu vertrekken de bewoners lopend door de hal en dat voelt vreemd en ook wat onnatuurlijk.
'Mevrouw huilde' schreef mijn collega.
En ik; ik huil in mijn hart een beetje mee.



Reacties

Een reactie posten

Populaire berichten